Mini-Ronde van Vlaanderen met Blue-bike

Naar aanleiding van de vernieuwing van haar vloot in 2018 mocht Jan een testmodel van Blue-bike uitproberen. Zijn verhaal werd reeds gepubliceerd op catenacycling.com.

Onderstaande tekst en foto’s zijn van de hand van Jan Moesen.

Omdat ik nu eenmaal van dwaze exploten hou, had ik voorgesteld om een soort “Ronde van (Oost-)Vlaanderen” te houden langs verschillende Blue-bike verdeelpunten. Jammer genoeg vonden de mensen van Blue-bike dat ook een goed idee. 🙂 In deze dagtocht, in volgorde: Deinze, Oudenaarde, Geraardsbergen, Ninove en Aalst, met start en einde in Gent. En onderweg de Koppenberg, de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg, en nog heel wat mooie Vlaamse (en Waalse) wegen.

Van Gent naar Deinze is het mooi en rustig fietsen langs de oude Leie. De eerste kasseistrook laat niet lang op zich wachten: de dreef naar het kasteel van Ooidonk is een streling voor het oog, maar minder voor het lijf. Gelukkig overleven zowel fiets als fietser deze test zonder problemen.

Tussen Deinze en het volgende station, Oudenaarde, begint het landschap te glooien. De zeven versnellingen van de Blue-bike worden stuk voor stuk gebruikt, en ik moet zeggen: het schakelen verloopt vlot. Niet te vergelijken met een Di2-groep, maar dat is dan ook weer voor een ander soort fietsen. In Lozerbos eet ik mijn broodjes op, en ondertussen eet een kolonie muggen mijn pootjes op. De natuur maakt duidelijk dat ik beter opnieuw vertrek.

Oudenaarde is de stad van de Ronde van Vlaanderen, met onder andere de fameuze Koppenberg. Dat is geen glooiing meer, maar een serieuze kuitenbijter. Aan de voet ben ik toch wat ongerust: ga ik het wel halen? Wat als ik omval en de fiets beschadig? Zullen mijn tweeëneenhalve lezers me uitlachen? Allemaal zorgen voor niets, want hoewel het hárd labeuren is, geraak ik zonder af te stappen boven. Prestatietje van mens en machine, al zeg ik het zelf. (Hoewel een zekere L. Armstrong beweerde: “it’s not about the bike”.)

De minder bekende maar niet veel minder steile Onderbossenaarstraat lanceert me richting Henegouwen, waar slechts één station (Mons) Blue-bikes aanbiedt. Goed dat ik de mijne mee heb. Na een afdaling van La Houppe –de mooiste klim in de wijde omtrek– en een jaagpad langs de Dender fiets ik terug Vlaanderen in. In Geraardsbergen wacht er behalve een welgekomen mattentaartje ook een Muur, die andere beroemde kasseiklim uit het wielervoorjaar. Met het vertrouwen dat ik op de Koppenberg getankt heb, zie ik het wel zitten. De extra moeilijkheid van rokende mensen langs het parcours was niet per se nodig, maar ademhalen is toch overgewaardeerd.

Om deze mini-Ronde van Vlaanderen af te –euh– ronden, doe ik na de Muur van Geraardsbergen ook nog de Bosberg aan. Kwestie van de oude finale eer aan te doen. Nu de heuvelzone achter de kiezen en kuiten is, fiets ik via Ninove en Aalst naar Wetteren, om daar het laatste stuk Schelde tot Gent mee te pikken. Ik wacht even langs de kant in de hoop bij een pelotonnetje te kunnen aanpikken, maar helaas stuurt Wielerclub Godot geen gezanten. Ik vertrek op mijn eentje, en als door de goden gestuurd komt Sam van de Gentse club Robocyclo voorbijgestoomd. Ik smeek hem om in zijn wiel te mogen meerijden, en ofschoon ik me dat in de komende kilometers meermaals zal beklagen, zorgt het er wel voor dat ik belachelijk snel de laatste kilometers maal. Waarvoor dank.

En de conclusies? Wel, positief: de nieuwe Blue-bike is een comfortabele en degelijke fiets voor die “missing links” van aan het station tot aan de eindbestemming, of gewoon voor plezante en zorgeloze citytrips. Oké, de fietsen zijn niet de lichtste, maar je hoeft er natuurlijk ook geen Alpencols mee te bedwingen. (Dat zal ook niet lukken in de 72 uur dat je hen maximaal mag lenen, gekkerd.) Met andere woorden, een aanrader!

Maar maak het jezelf gemakkelijk: leen gewoon een Blue-bike aan het station dat het dichtste bij je bestemming is.

Meer Blue-bike-avonturen

Deel dit bericht.
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter